Uitspraak
mr. J.G. Princenen
mr. J.P.D. van de Klift, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een enquêteprocedure tegen RTC Franchise en Rotterdamse Taxi Centrale (RTC). In eerdere beschikkingen was een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise vanaf 1 januari 2009, met een maximale onderzoekskostenplafond dat meerdere malen werd verhoogd van €50.000 naar uiteindelijk €70.000 exclusief omzetbelasting.
Mr. P.D. Olden werd aangewezen als onderzoeker. Na afronding van het onderzoek overhandigde hij een declaratieoverzicht met een totaalbedrag van €65.000 exclusief omzetbelasting. De Ondernemingskamer gaf partijen de gelegenheid om op dit bedrag te reageren, maar er werden geen bezwaren ingebracht.
De Ondernemingskamer oordeelde dat het bedrag niet onredelijk was en stelde de vergoeding van de onderzoeker conform artikel 2:350 lid 3 BW Pro vast op €65.000 exclusief omzetbelasting. Tevens verklaarde de kamer deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis werd uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 13 juni 2016.
Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld op €65.000 exclusief omzetbelasting.