Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
[C]heeft voorzover hier van belang het volgende verklaard:
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat een geschil tussen Medcor Pharmaceuticals B.V., een farmaceutische groothandel, en DE NATIONALE APOTHEEK B.V. (DNA), een online apotheek, centraal. DNA vordert een provisie van 4% over de omzet van meer dan €1.000.000,- aan 'stoppen met roken'-medicatie geleverd door Medcor in 2011, terwijl Medcor deze afspraak ontkent en betaling van openstaande facturen vordert.
De rechtbank Amsterdam heeft in eerste aanleg de vordering van Medcor toegewezen en de tegenvordering van DNA afgewezen, omdat DNA er niet in slaagde de provisieafspraak te bewijzen. DNA ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde onder meer aan dat de bewijslast onterecht bij haar lag.
Het hof oordeelt dat de bewijslast terecht bij DNA lag, omdat het ging om een bestrijdend verweer. Uit het getuigenonderzoek blijkt dat de verklaringen van DNA's getuigen niet voldoende overtuigend zijn en worden tegengesproken door de verklaringen van Medcor's getuigen. Daarnaast is de provisieafspraak niet schriftelijk vastgelegd en ontbreekt bevestiging in de correspondentie. Het hof sluit zich aan bij de rechtbank en bekrachtigt het vonnis, waarbij DNA wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt DNA in de kosten van het hoger beroep.