Op 2 juni 2015 heeft de verdachte in Amsterdam twee politieambtenaren, die in uniform en met noodhulpsurveillance waren belast, meermalen mondeling beledigd met grievende en respectloze woorden. Deze beledigingen vonden plaats gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening.
De politierechter veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 30 uren, maar het hof vernietigde dit vonnis en kwam tot een andere bewezenverklaring, kwalificatie en strafoplegging. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de beledigingen heeft geuit zoals ten laste gelegd.
De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van 14 dagen. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon van de verdachte, waaronder zijn eerdere veroordelingen en positieve recente ontwikkelingen. Het hof legde een gevangenisstraf van 14 dagen op, waarvan 2 jaar voorwaardelijk met een proeftijd.
De verdediging had verzocht tot schuldigverklaring zonder strafoplegging of een geheel voorwaardelijke straf, onder meer vanwege het hardhandige optreden van de politie en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof wees dit af gezien de ernst van het feit.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 18 juli 2016.