Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor winkeldiefstal van een zak walnoten uit een supermarkt aan de Kinkerstraat te Amsterdam op 9 november 2013.
De verdediging voerde bewijsverweer aan, stellende dat de bewezenverklaring niet uitsluitend op de verklaring van de winkelmedewerker kon steunen en dat onvoldoende ondersteunend bewijs aanwezig was. Het hof oordeelde echter dat het bewijs, waaronder het aangifteformulier, de verklaring van de bedrijfsleider en de aanhouding in de supermarkt, voldoende wettig en overtuigend was.
Het hof verwierp het bewijsverweer en verklaarde bewezen dat verdachte de zak walnoten met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Verdachte werd strafbaar geacht en veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur, waarbij rekening werd gehouden met zijn eerdere veroordelingen en de ernst van het feit.
Het eerdere vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met een aangepaste strafoplegging. Verdachte werd tevens vrijgesproken van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan de diefstal van de walnoten.