ECLI:NL:GHAMS:2016:3012

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 juli 2016
Publicatiedatum
27 juli 2016
Zaaknummer
16/800255-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a, derde lid Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Alkmaar van 22 juni 2016, waarin het bevel tot gevangenhouding werd bevestigd en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Na kennisname van de stukken en het horen van de advocaat-generaal en verdachte, concludeerde het hof dat gezien de aard en omvang van de verdenking en de problematiek van verdachte, en de duur van de gevangenhouding, geen situatie bestond die schorsing rechtvaardigt volgens artikel 67a, derde lid Sv.

Het hof achtte het recidivegevaar te groot om schorsing onder voorwaarden toe te staan. Daarom werd het hoger beroep tegen de bestreden beschikking afgewezen.

De beschikking werd gegeven door de raadkamer van het hof op 13 juli 2016, waarbij mr. J.L. Bruinsma voorzitter was, met raadsheren H.W.J. de Groot en J.H. Wesselink.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de beschikking tot gevangenhouding en afwijzing van schorsing voorlopige hechtenis wordt afgewezen.

Uitspraak

16/800255-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Het Poortje Jeugdinrichtingen te Groningen,
tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 22 juni 2016, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 23 juni 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. B.J.W. Tijkotte.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Gelet op de aard en de omvang van de verdenking en de problematiek van de verdachte, afgezet tegen de duur waarvoor het bevel gevangenhouding is bevolen, is thans nog geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid Sv.
Tegen deze achtergrond en mede gelet op hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen, ziet het hof geen mogelijkheid voor een schorsing onder zodanige voorwaarden dat daarmee het recidivegevaar op aanvaardbare wijze kan worden ingeperkt.

16.800255-16

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven op 13 juli 2016 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. H.W.J. de Groot en J.H. Wesselink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van J.G.W.M. Lut als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 13 juli 2016,
de advocaat-generaal