ECLI:NL:GHAMS:2016:3276

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 juli 2016
Publicatiedatum
11 augustus 2016
Zaaknummer
23-001314-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 378a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep diefstal drie broeken met toepassing artikel 9a Sr

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van drie broeken uit een filiaal van Bever Zwerfsport te Amsterdam. In hoger beroep bekent de verdachte de diefstal, waarna het hof het ten laste gelegde bewezen verklaart. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter omdat dit slechts een aantekening betrof.

De verdachte verbleef na de diefstal circa acht jaar in het buitenland en was destijds verslaafd aan harddrugs. Tijdens zijn verblijf is hij van zijn verslaving afgekickt. Sinds zijn terugkeer in Nederland gebruikt hij geen verdovende middelen meer, maar kampt met schulden. Gezien deze persoonlijke omstandigheden en het lange tijdsverloop acht het hof het opleggen van straf niet passend.

Het hof verklaart de verdachte strafbaar voor diefstal, maar legt geen straf of maatregel op. De verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen meer of anders ten laste is gelegd dan de diefstal van drie broeken. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 juli 2016.

Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard voor diefstal, maar geen straf opgelegd vanwege persoonlijke omstandigheden en lange tijdsverloop.

Uitspraak

Parketnummer: 23-001314-16
Datum uitspraak: 28 juli 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2007 in de strafzaak onder parketnummer 13‑440057-07 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,
door de verdachte ter terechtzitting van 28 juli 2016 opgegeven postadres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 december 2006 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen drie, in elk geval een of meer broeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Bever Zwerfsport (filiaal [adres 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 december 2006 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie broeken, toebehorende aan het winkelbedrijf Bever Zwerfsport (filiaal [adres 2]).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op:
  • de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van heden, inhoudende dat hij het feit bekent;
  • de zich in het dossier bevindende aangifte, namens Bever Zwerfsport gedaan door [slachtoffer].

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Geen oplegging van straf of maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 384,-, subsidiair 7 dagen hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
Het hof heeft acht geslagen op de volgende feiten en omstandigheden.
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte na het plegen van de bewezen verklaarde diefstal voor een periode van ongeveer acht jaar in het buitenland heeft verbleven. Hij was ten tijde van het bewezen verklaarde ernstig verslaafd aan harddrugs, maar daar is hij tijdens zijn verblijf in het buitenland van afgekickt. Sinds kort is de verdachte terug in Nederland, zodat zijn dochter hier naar school kan gaan. Het gaat inmiddels veel beter met de verdachte, hij gebruikt geen verdovende middelen meer, maar hij kampt op dit moment met schulden.
Gelet op het vorengaande en gelet ook op het lange tijdsverloop sinds het bewezen verklaarde, is het hof van oordeel dat het opleggen van een straf aan de verdachte thans niet langer passend is. Het hof zal derhalve bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.M. Boekhoudt, mr. M.J.A. Plaisier en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Oomkes, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 juli 2016.
Mr. M.J.A. Plaisier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.