ECLI:NL:GHAMS:2016:3316
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.V.T. de Bie
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarige na scheiding ouders
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van een minderjarige centraal na de scheiding van de ouders, [X] en [Y]. Het hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd onderzoek te doen naar het belang van de minderjarige en de haalbaarheid van een zorgregeling. De Raad adviseerde de beslissing zes maanden aan te houden om hulpverlening af te wachten, maar uiteindelijk werd een zorgregeling voorgesteld waarbij de vader de meeste zorg in het weekend op zich neemt.
Tijdens de procedure bleek dat de moeder, [X], vanwege haar werk voornamelijk in de weekenden beperkt beschikbaar is, terwijl de vader, [Y], in de weekenden en doordeweeks de zorg kan dragen. Het hof stelde vast dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat een regeling waarbij de minderjarige in het weekend bij de vader verblijft en doordeweeks bij de moeder, het meest passend is. Tevens verleende het hof vervangende toestemming voor inschrijving op een school in de woonplaats van de moeder.
De regeling omvat ook een verdeling van vakanties en feestdagen tussen de ouders. De kostenverdeling blijft nog nader te bepalen, waarvoor partijen de gelegenheid krijgen zich schriftelijk uit te laten. Het hof vernietigde eerdere beslissingen en stelde de nieuwe hoofdverblijfplaats en zorgregeling vast, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaring.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de moeder vastgesteld met een zorgregeling waarbij de vader het weekendverblijf verzorgt en vervangende toestemming voor schoolinschrijving wordt verleend.