ECLI:NL:GHAMS:2016:3317
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende toerekening nieuwe schuld
Appellante [X] kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam dat haar schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigde. Zij stelde niet tekortgeschoten te zijn in haar verplichtingen en voerde aan dat nieuwe schulden, waaronder een schuld aan de DWI en terugvordering huurtoeslag, haar niet volledig konden worden toegerekend vanwege budgetbeheer en hulp van haar zoons.
De bewindvoerder betoogde dat [X] structureel niet aan haar verplichtingen had voldaan, waaronder de sollicitatie- en informatieplicht, en dat zij zonder toestemming naar het buitenland was vertrokken. Het hof oordeelde dat de sollicitatieplicht vanwege ziekte slechts kort van kracht was en dat [X] na arbeidsgeschiktheid wel had gesolliciteerd. De nieuwe schuld aan de DWI werd mede veroorzaakt door omstandigheden buiten haar schuld en deels afgedekt door bijdragen van haar zoons en een boedelvoorstand.
Hoewel in het verleden de informatieplicht ernstig was geschonden, bleek na het tussenvonnis van mei 2015 geen structurele tekortkoming meer. Het hof gaf [X] een laatste kans om de regeling af te ronden en wees de beëindiging af. Alle verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling blijven van kracht en het hof benadrukte het belang van strikte naleving.
Uitkomst: Het hof vernietigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en wijst de beëindiging af.