ECLI:NL:GHAMS:2016:3649
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.W.M. Tromp
- M.P. van Achterberg
- P.F.G.T. Hofmeijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aandelenleaseovereenkomsten wegens tijdige vernietiging door echtgenote
In deze civiele zaak stond de vernietiging van aandelenleaseovereenkomsten centraal. De echtgenote van appellant had de overeenkomsten buitengerechtelijk vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. Dexia betwistte dit en voerde aan dat de echtgenote reeds meer dan drie jaar vóór de vernietigingsbrief op de hoogte was van de leaseovereenkomsten, waardoor vernietiging niet mogelijk zou zijn.
Het hof stelde appellant in de gelegenheid tegenbewijs te leveren. Zowel appellant als zijn echtgenote werden als getuigen gehoord. Zij verklaarden eenduidig dat de echtgenote pas kort vóór de aanmelding bij leaseverlies in 2002 op de hoogte was van de contracten, nadat deze in de media onder aandacht waren gebracht. De financiën werden door appellant beheerd, en de echtgenote had geen zicht op de betreffende contracten of post.
Het hof oordeelde dat het tegenbewijs voldoende was en dat Dexia geen feiten had gesteld die het beroep op verjaring konden ondersteunen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de oorspronkelijke vordering van appellant toegewezen. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van de door appellant betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf oktober 2004, en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de aandelenleaseovereenkomsten en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met rente en proceskosten.