ECLI:NL:GHAMS:2016:3683
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor voltooide diefstal ondanks verweer oogmerk afgeven goederen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een diefstalzaak. Verdachte werd verweten goederen uit een winkel te hebben gestolen door deze in zijn tas te stoppen en de kassa te passeren zonder te betalen.
De verdediging stelde dat verdachte geen oogmerk had op wederrechtelijke toe-eigening omdat hij de goederen aan de kassière wilde overhandigen nadat hij ontdekte onvoldoende geld bij zich te hebben. Het hof onderzocht de bewakingsbeelden en het proces-verbaal van bevindingen, waaruit bleek dat verdachte de kassa volledig passeerde en op afstand bleef van de kassière, waardoor overhandiging onmogelijk was.
Op basis hiervan verwierp het hof het verweer dat er geen diefstal was en oordeelde dat verdachte de goederen feitelijk had onttrokken aan de rechthebbende, waarmee sprake was van een voltooide diefstal. Tevens werd een bijzondere voorwaarde aan de straf toegevoegd, waarbij verdachte zich onder ambulante behandeling van Inforsa moet stellen vanwege psychosociale klachten en mogelijk overmatig alcoholgebruik.
Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter met aanvullende bewijsoverwegingen en de bijzondere voorwaarde, en voegde artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toe aan de uitspraak.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling voor voltooide diefstal en legt een ambulante behandelvoorwaarde op.