ECLI:NL:GHAMS:2016:3699

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 september 2016
Publicatiedatum
15 september 2016
Zaaknummer
23-002667-15
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging tot zware mishandeling en bedreiging wegens ontbreken opzet

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken van poging tot zware mishandeling en bedreiging. De tenlastelegging betrof een incident op 12 november 2014 waarbij verdachte met een bestelbus abrupt gas zou hebben gegeven tegen de snorfiets van het slachtoffer, met mogelijk letsel als gevolg.

Het hof heeft het bewijs, waaronder de verklaring van verdachte en het proces-verbaal VerkeersongevalsAnalyse van 26 januari 2016, zorgvuldig gewogen. Dit rapport vermeldde dat de hypothese dat verdachte gas gaf onwaarschijnlijk was en dat het waarschijnlijker was dat zijn schoen van de koppeling gleed, waardoor de bus met een schok tot stilstand kwam en tegen de scooter botste.

Gezien deze omstandigheden heeft het hof niet de overtuiging gekregen dat verdachte opzet had op het ten laste gelegde feit. Daarom is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastelegging, en is hij vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzet.

Uitspraak

parketnummer: 23-002667-15
datum uitspraak: 23 augustus 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer
13-253644-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1972,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 december 2015, 23 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet in een (bestel)bus (abrupt) gas heeft geven, terwijl hij met de voorkant van voornoemde (bestel)bus tegen de/het (voorwiel van de) snorfiets van voornoemde [slachtoffer] stond, waardoor de voornoemde snorfiets werd geraakt en/of de voornoemde snorfiets en/of voornoemde [slachtoffer] ten val zijn gekomen (tengevolge waarbij de voornoemde snorfiets schade heeft opgelopen en/of voornoemde [slachtoffer] letsel aan haar knie, althans aan haar lichaam heeft opgelopen),terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:
hij op of omstreeks 12 november 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend in een (bestel)bus (abrupt) gas gegeven, terwijl hij met de voorkant van voornoemde (bestel)bus tegen de/het (voorwiel van de) snorfiets van voornoemde [slachtoffer] stond, waardoor de voornoemde snorfiets werd geraakt en/of de voornoemde snorfiets en/of voornoemde [slachtoffer] ten val zijn gekomen (tengevolge waarbij de voornoemde snorfiets schade heeft opgelopen en/of voornoemde [slachtoffer] letsel aan haar knie, althans aan haar lichaam heeft opgelopen).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Gelet op de situatie ter plaatse, de verklaring van de verdachte en de inhoud van het proces-verbaal VerkeersongevalsAnalyse van 26 januari 2016 – waarin kort gezegd is vermeld dat de hypothese dat de verdachte gas heeft gegeven onwaarschijnlijk is, en de hypothese dat de verdachte met zijn schoen van de koppeling is gegleden, waardoor zijn bestelbus met een schok tot stilstand kwam en tegen de scooter van aangeefster botste, zeer waarschijnlijk – heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte opzet had op het ten laste gelegde feit. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. C.N. Dalebout en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
A.F. Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 augustus 2016.
[........]
.