ECLI:NL:GHAMS:2016:3799
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.L. Bruinsma
- M.J.A. Plaisier
- M.J. Leenaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek schadevergoeding wegens termijnoverschrijding na sepotmededeling
In deze strafzaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam die hem niet-ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek tot schadevergoeding uit 's Rijks kas wegens termijnoverschrijding. Het verzoek betrof kosten voor het opstellen en toelichten van een verzoekschrift op grond van artikel 591a Sv.
De sepotbrief, die de beëindiging van de strafzaak markeert, is op 8 mei 2015 volgens het openbaar ministerie verzonden naar het door appellant opgegeven adres. Appellant stelde dat hij deze brief niet had ontvangen, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Zijn advocaat kreeg pas op 17 december 2015 kennis van de sepotbeslissing.
Het hof oordeelde dat het vermoeden van ontvangst niet is ontzenuwd en dat de termijn van drie maanden voor het indienen van het verzoek daarom is overschreden. Redenen voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn niet gesteld of gebleken. Daarom bevestigde het hof de niet-ontvankelijkheid van het verzoek en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de wettelijke termijn.