ECLI:NL:GHAMS:2016:3819
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- M.J.G.B. Heutink
- J.L. Bruinsma
- J.H. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep voorlopige hechtenis wegens onvoldoende betrokkenheid verdachte bij invoer verdovende middelen
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van de officier van justitie behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlemmermeer, waarin de vordering tot gevangenhouding van de verdachte werd afgewezen.
Het hof heeft de stukken en onderzoeksresultaten bestudeerd en heeft de verdachte gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Uit het onderzoek blijkt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte betrokken was bij de invoer van de verdovende middelen vóór het moment van inbeslagname.
Op grond hiervan heeft het hof zich aangesloten bij de beslissing van de rechtbank en het beroep van de officier van justitie tegen de afwijzing van de voorlopige hechtenis verworpen. De beschikking is gegeven in raadkamer op 21 september 2016.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de voorlopige hechtenis wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid.