Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.V.o.f. Biggym,
Big Holding B.V.,
[X] Beheer B.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de geldigheid van een concurrentiebeding centraal dat was opgenomen in een arbeidsovereenkomst die voortvloeide uit een verlenging na 1 januari 2015. De werknemer trad in maart 2014 in dienst bij Biggym op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een concurrentiebeding. Na een tweede overeenkomst die liep tot 8 maart 2015, werd deze stilzwijgend verlengd tot 8 maart 2017.
De werknemer zegde de overeenkomst op en Biggym stelde dat het concurrentiebeding geldig was en dat de werknemer zich hieraan moest houden. De werknemer stelde dat het concurrentiebeding nietig was omdat per 1 januari 2015 de wet wijzigde en sindsdien een motivering van de noodzaak van het beding vereist is, welke ontbrak.
Het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst per 8 maart 2015 was geëindigd en dat er een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst was aangegaan. Omdat deze nieuwe overeenkomst na 1 januari 2015 tot stand kwam zonder de vereiste motivering, is het concurrentiebeding nietig. De loonvordering van de werknemer werd toegewezen omdat Biggym niet kon bewijzen dat de werknemer niet beschikbaar was geweest. Ook de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten werd toegewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Biggym in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het concurrentiebeding is nietig verklaard en Biggym is veroordeeld tot betaling van loon en proceskosten.