ECLI:NL:GHAMS:2016:3952

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 september 2016
Publicatiedatum
30 september 2016
Zaaknummer
1549-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 14 september 2016 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 augustus 2016, waarin een bevel tot gevangenhouding van verdachte was gegeven. De verdachte, geboren in 1984 en verblijvend in de PI Noord Holland Noord, had verzocht om schorsing van zijn voorlopige hechtenis.

Het hof heeft de stukken met betrekking tot de voorlopige hechtenis bestudeerd en heeft zowel de advocaat-generaal als de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord. Het hof sluit zich aan bij de motivering van de rechtbank en benadrukt dat er sprake is van een reëel recidivegevaar. Dit gevaar kan onvoldoende worden beperkt door andere maatregelen.

Daarom wijst het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt het de beslissing van de rechtbank. De beschikking is gegeven in raadkamer door de voorzitter en raadsheren van het hof, waarbij de advocaat-generaal de beschikking ter kennis van de verdachte brengt.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege onvoldoende mogelijkheden om het recidivegevaar te beperken.

Uitspraak

13-665214-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 augustus 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. S. Ettalhaoui.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep met overneming van de motivering daarvan.
Gelet op het recidivegevaar, zoals door de rechtbank geformuleerd, ziet het hof onvoldoende mogelijkheden om dat in te perken, zodat het mondelinge verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis zal worden afgewezen.
13-665214-16

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 14 september 2016 in raadkamer van dit hof door
mr. M. Iedema, voorzitter,
mrs. M.J.G.B. Heutink en J.L. Bruinsma, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 14 september 2016,
de advocaat-generaal