ECLI:NL:GHAMS:2016:3991

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 september 2016
Publicatiedatum
7 oktober 2016
Zaaknummer
23-003409-15
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in hoger beroep

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter betreffende mishandeling op of omstreeks 1 november 2012 te Amsterdam. De verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met kracht te hebben geslagen of gestompt, wat letsel en pijn veroorzaakte.

Na onderzoek van het dossier en de ter terechtzitting gepresenteerde bewijzen, oordeelde het hof dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestond om vast te stellen dat de verdachte de dader was. Er waren aanzienlijke discrepanties tussen de verklaringen van het slachtoffer, een getuige en de medische verklaring, waardoor het hof niet met voldoende zekerheid kon vaststellen welke geweldshandelingen hadden plaatsgevonden en onder welke omstandigheden.

Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging. De strafbeschikking werd eveneens vernietigd. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 september 2016.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.

Uitspraak

parketnummer: 23-003409-15
datum uitspraak: 22 september 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-037661-13 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 november 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het één of meerdere ma(a)l(en) (met kracht) slaan en/of stompen (met een gebalde vuist) op/tegen/in het gezicht, in elk geval het hoofd, van voornoemde [slachtoffer], waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat op basis van het huidige dossier onvoldoende uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte de door de aangever en de getuige genoemde ‘NN1’ is, die geweldshandelingen zou hebben verricht. Voorts bestaat er naar het oordeel van het hof, zoals is aangevoerd door de raadsman, te veel discrepantie tussen de verklaringen van de aangever, de getuige en de medische verklaring betreffende de aangever om op basis daarvan met voldoende mate van zekerheid te kunnen beoordelen van welke geweldshandelingen sprake was en onder welke omstandigheden deze hebben plaatsgevonden.
Gelet hierop is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W. Moors, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 september 2016.
De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[........]
.