ECLI:NL:GHAMS:2016:3992

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 september 2016
Publicatiedatum
7 oktober 2016
Zaaknummer
R001367-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring bezwaar tegen omzetting taakstraf wegens medische ongeschiktheid

De veroordeelde was bij arrest van 12 september 2013 veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest. Bij een eerdere beslissing werd de termijn voor het verrichten van de resterende taakstraf vastgesteld.

Op 21 juni 2016 werd door het openbaar ministerie een bevel gegeven tot vervangende hechtenis van 28 dagen wegens het niet verrichten van 55 resterende taakstrafuren. De veroordeelde maakte bezwaar tegen dit bevel op grond van medische ongeschiktheid.

Tijdens de openbare behandeling van het bezwaarschrift op 8 september 2016 heeft het hof kennisgenomen van medische stukken waaruit blijkt dat de veroordeelde door ernstige ziekte en belastende medische behandelingen niet in staat was de taakstraf te verrichten. De advocaat-generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het bezwaar.

Het hof heeft het bezwaar gegrond verklaard en het aantal te verrichten taakstrafuren op nihil gesteld, waarmee de omzetting in hechtenis wordt voorkomen vanwege de medische situatie van de veroordeelde.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzetting van de resterende taakstraf in hechtenis is gegrond verklaard en het aantal te verrichten uren taakstraf op nihil gesteld.

Uitspraak

beslissing
GERECHTSHOF AMSTERDAM
rekestnummer: 001367-16
parketnummer: 23-004018-12
Datum beslissing: 22 september 2016
Beslissing op het bezwaarschrift op de voet van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1962,
postadres: [adres]

Procesverloop en inhoud van het bezwaarschrift

De veroordeelde is bij arrest van 12 september 2013, gewezen door het gerechtshof Amsterdam, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest volgens de maatstaf van 2 uren per dag.
Bij beslissing van 30 april 2015 heeft het hof -kortgezegd en voor zover hier van belang- de termijn waarbinnen de veroordeelde de op dat moment resterende taakstraf van 148 uur moest verricht gesteld op één jaar na 30 april 2015.
Het thans aan de orde zijnde bezwaarschrift richt zich tegen het bevel van het openbaar ministerie van (naar het hof begrijpt:) 21 juni 2016 om vervangende hechtenis van 28 (achtentwintig) dagen ten uitvoer te leggen, op de grond dat het op die datum resterende deel van de taakstraf van 55 (vijfenvijftig) uren niet is verricht.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder voormeld parketnummer en heeft op 8 september 2016 de advocaat-generaal en de raadsman van de veroordeelde ter gelegenheid van de openbare behandeling van het bezwaarschrift op de terechtzitting gehoord. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift.

Beoordeling van het bezwaar

Het bezwaarschrift is tijdig ingediend.
De veroordeelde is bij het hiervoor vermelde arrest van 12 september 2013 veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest volgens de maatstaf van 2 uren per dag.
Blijkens de brief van het Centraal Justitieel Incassobureau van 29 juni 2016 heeft de veroordeelde zijn door het hof opgelegde taakstraf niet geheel uitgevoerd.
Het hof is uit de overgelegde medische stukken en het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat de verdachte wegens een ernstige ziekte, ziekenhuisbezoeken en medische behandelingen van belastende aard niet in staat was zijn taakstraf verder te verrichten. Naar verwachting zal deze situatie niet binnen afzienbare termijn wijzigen.
Het hof zal daarom beslissen als hieronder aangegeven.

Beslissing

Het hof:
Verklaart het bezwaarschrift
gegronden stelt het aantal te verrichten uren taakstraf op
nihil.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.W. Moors, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 september 2016.
De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.