De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week wegens winkeldiefstal bij IKEA. In hoger beroep vernietigde het gerechtshof Amsterdam dit vonnis omdat het vonnis niet voldoende was uitgewerkt.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 4 december 2015 samen met anderen beddengoed en gordijnen uit een winkel van IKEA in Haarlem had weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De tenlastelegging voor meer of andersluidende feiten werd niet bewezen verklaard.
De verdachte had eerder een onherroepelijke veroordeling voor diefstal, wat in haar nadeel meewoog. Gezien de ernst van het feit, de georganiseerde wijze van handelen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde het hof een taakstraf van 20 uur op, aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar als stok achter de deur.
Het hof nam ook kennis van een positieve verklaring van streetcornerwork waaruit blijkt dat de verdachte gemotiveerd is en haar afspraken nakomt. De opgelegde straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.