ECLI:NL:GHAMS:2016:4158
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in hoger beroep
Op 11 januari 2014 vond een woordenwisseling plaats in een bedrijf te Amsterdam waarbij verdachte en aangeefster betrokken waren. Verdachte werd beschuldigd van het mishandelen van de aangeefster door haar aan haar haren te trekken en haar hoofd tegen een tafel te slaan.
In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de verklaringen van de aangeefster en twee getuigen over fysiek geweld lijnrecht tegenover die van verdachte en een andere getuige staan. De aangeefster herhaalde haar aanvankelijke lezing niet in een nadere verhoor en de getuigen van het bedrijf zagen geen vechtpartij. De letselverklaring toonde weinig objectieve verschijnselen die het opgegeven letsel konden bevestigen.
Gezien de tegenstrijdigheden en het gebrek aan overtuigend bewijs acht het hof de lezing van de aangeefster niet geloofwaardiger dan die van verdachte. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling.