Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] HOLDING B.V.,
[appellante sub 2],
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[Y] HOLDING B.V.,
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de overeenkomst van aandelenoverdracht tussen voormalige levenspartners die samen een bedrijf hadden. Na beëindiging van hun relatie besloten partijen hun zakelijke belangen te ontvlechten, wat leidde tot een overeenkomst van 27 maart 2013. Appellante stelde dat deze overeenkomst tot stand kwam door misbruik van omstandigheden, bedrog, dwaling en onrechtmatige daad.
Het hof nam de feiten van de rechtbank als uitgangspunt, waaronder de langdurige persoonlijke en zakelijke relatie, de aandelenverdeling en de afspraken over de overdracht en managementovereenkomst. Appellante voerde aan dat zij door haar afhankelijkheid, onervarenheid en noodtoestand was bewogen de overeenkomst te sluiten onder ongunstige voorwaarden.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor een noodtoestand, aangezien alternatieve woonmogelijkheden bestonden en de druk niet zodanig was dat de overeenkomst werd gedicteerd. Ook werd de stelling van onervarenheid weerlegd door de betrokkenheid van appellante bij de bedrijfsvoering en haar financiële kennis. De persoonlijke relatie werd meegewogen, maar leidde niet tot een ander oordeel. Daarnaast werden de grieven over bedrog, dwaling en onrechtmatige daad verworpen vanwege gebrek aan bewijs en onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellanten af.