ECLI:NL:GHAMS:2016:430
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.N. van de Beek
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met beoordeling behoefte en draagkracht
Partijen zijn in 1994 gehuwd en hun huwelijk is in juni 2015 ontbonden. De man, advocaat met een eenmanszaak, en de vrouw, die vanaf september 2015 in loondienst werkt, zijn in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank over partneralimentatie.
De vrouw vordert een hogere bijdrage van de man, terwijl deze betwist dat zij recht heeft op de gevraagde bedragen. Het hof beoordeelt de behoefte van de vrouw op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens de samenwoning en houdt rekening met haar huidige beperkte arbeidsduur en verdiencapaciteit.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde resultaat van zijn onderneming over meerdere jaren, met aftrek van maandelijkse aflossingen op zakelijke kredieten en belasting. Het hof houdt rekening met de woonlasten van de man na overname van de voormalige echtelijke woning.
Het hof bepaalt uiteindelijk een lagere partneralimentatie die de man aan de vrouw moet betalen, met een afbouw tot nihil na levering van de woning aan de man. Verzoeken tot voorlopige voorzieningen worden afgewezen.
Uitkomst: De man moet een aangepaste partneralimentatie betalen die afloopt na levering van de voormalige echtelijke woning.