Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen waren gehuwd en hebben twee kinderen samen. Na ontbinding van het huwelijk is door de rechtbank bepaald dat de man een bijdrage van €25 per kind per maand moet betalen voor de verzorging en opvoeding van de kinderen.
De man kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en voerde aan dat hij vanwege arbeidsongeschiktheid geen draagkracht heeft en dat de behoefte van de kinderen en het inkomen van de vrouw onvoldoende zijn onderbouwd. Hij betwistte ook de ingangsdatum van de bijdrage.
Het hof overwoog dat de man een uitkering ontvangt op het niveau van de Participatiewet en dat de minimum draagkracht volgens de Expertgroep Alimentatienormen €25 per kind per maand bedraagt. Het hof zag geen reden hiervan af te wijken en bevestigde dat de bijdrage van €25 per kind passend is. Ook de ingangsdatum van 1 april 2015 werd gehandhaafd omdat de man bij het indienen van het verzoekschrift rekening had kunnen houden met de bijdrage.
Het hof bekrachtigde daarmee de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de man €25 per kind per maand betaalt vanaf 1 april 2015.