ECLI:NL:GHAMS:2016:4361
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter inzake mishandeling van een persoon op 20 november 2012 te Zaandam. De verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met kracht te hebben geslagen, wat letsel en pijn zou hebben veroorzaakt.
Tijdens het onderzoek werden verklaringen van de aangifte, getuigen en de verdachte zelf betrokken. Een klasgenote verklaarde aanvankelijk de mishandeling te hebben gezien, maar herzag haar verklaring later. De verbalisant kon geen letsel constateren en een andere getuige verklaarde dat er op het tijdstip niets was gebeurd. De verdachte ontkende de mishandeling en stelde dat de aangifte voortkwam uit eerdere onenigheid.
Het hof oordeelde dat hoewel wettig bewijs aanwezig was, de bewijsmiddelen twijfel opriepen over het feitelijke verloop van de gebeurtenis. Hierdoor ontbrak de vereiste overtuiging om tot een bewezenverklaring te komen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van mishandeling.