ECLI:NL:GHAMS:2016:4530

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
15/871305-15
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a lid 3 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis verdachte

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis had afgewezen en de plaatsing van verdachte in het Forensisch Centrum Teylingereind (ForCa) had bevolen.

Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen andere beslissingen dan de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, omdat de wet daarin niet voorziet. Het hof oordeelde dat dit niet in strijd is met verdragsrechtelijke bepalingen.

Op basis van het dossier, waaronder een NFI-rapport van 7 januari 2016, concludeerde het hof dat er voldoende ernstige bezwaren bestaan tegen verdachte voor het ten laste gelegde feit. Het tijdsverloop sinds het feit en de aanhouding leidt niet tot het vervallen van de geschokte rechtsorde. Gezien mogelijke psychische en gedragsproblematiek van verdachte, waarvoor een rapportage wordt opgesteld, acht het hof het aannemelijk dat verdachte een misdrijf kan plegen dat de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar brengt.

De plaatsing in ForCa voor observatie blijft daarom gerechtvaardigd. Er is geen grond voor schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk voor overige beslissingen en het verzoek tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis wordt afgewezen.

Uitspraak

15/871305-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim,
tegen de beslissing van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 18 december 2015, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte en alle overige ter terechtzitting genomen beslissingen, alsmede lasten en bevelen, waaronder het bevel tot plaatsing van de verdachte voor observatie in de ForCa in het bijzonder.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 22 december 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. R.M.G. Sussenbach.

De beoordeling

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen andere beslissingen dan de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte is de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep nu de wet daarin niet voorziet. Voorts overweegt het hof dat het ontbreken van die appelmogelijkheid niet in strijd is met verdragsrechtelijke bepalingen.
Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en de gronden waarop deze berust.
Gelet op de stand van het onderzoek en dan met name het rapport van het NFI van 7 januari 2016 is het hof van oordeel dat het dossier voldoende ernstige bezwaren bevat voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit.
Het hof overweegt dat de omstandigheid dat het feit dateert van 15 januari 2015 niet meebrengt dat reeds daardoor geen sprake meer zou kunnen zijn van een geschokte rechtsorde. Het hof is van oordeel dat in dit geval pas sprake kan zijn van een geschokte rechtsorde op het moment van aanhouding van de verdachte, in die zin dat vanaf dat moment in meer of mindere mate publieke verontwaardiging zou kunnen ontstaan wanneer de verdachte van een feit als het onderhavige op vrije voeten zou komen. Dit kan door tijdsverloop anders komen te liggen. In dit geval is het tijdsverloop vanaf het moment van aanhouding niet van dien aard dat reeds thans gezegd zou moeten worden dat de rechtsorde niet langer geschokt zou zijn indien deze verdachte nu in vrijheid wordt gesteld.
Nu uit het dossier naar voren komt dat mogelijk sprake is van psychische en/of gedrags- problematiek waarover nog een nadere rapportage is gevraagd, is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht.
15/871305-15
Nu de rechtbank heeft beslist dat voor het opmaken van deze rapportage plaatsing in ForCa geboden is ten behoeve van observatie van de verdachte, is het hof van oordeel dat ook de onderzoeksgrond nog aanwezig is.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in art. 67a lid 3 Sv zich thans niet voordoet.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen ten aanzien van de gronden waarop de voorlopige hechtenis is gebaseerd, is schorsing van de voorlopige hechtenis niet aan de orde.

De beslissing

Het hof:
VERKLAART de verdachte NIET-ONTVANKELIJK, voor zover het hoger beroep is gericht tegen andere beslissingen dan de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 20 januari 2016 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 20 januari 2016,
de advocaat-generaal