ECLI:NL:GHAMS:2016:4547
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- H.W.J. de Groot
- J.H. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens ernstige feiten en recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 16 november 2016 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 25 oktober 2016, waarin het bevel tot gevangenhouding van verdachte werd bevestigd.
De zaak betreft verdenking van een ernstig feit met een mogelijke gevangenisstraf van twaalf jaar of meer, namelijk het met geweld afhandig maken van geld van een kwetsbare jongen. Het hof achtte de feiten voldoende ernstig en oordeelde dat de vrijlating van verdachte op dit moment zou leiden tot publiek onbehagen en maatschappelijke onrust, waardoor sprake is van een geschokte rechtsorde.
Daarnaast speelde mee dat verdachte nog in een proeftijd zat van een eerdere veroordeling en dat er sprake was van geschorste voorlopige hechtenis, wat het hof als een indicatie van recidivegevaar beschouwde.
Het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat er geen zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden waren die een schorsing konden rechtvaardigen. Het hof bevestigde daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af en bevestigt de gevangenhouding van verdachte.