ECLI:NL:GHAMS:2016:4561

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 januari 2016
Publicatiedatum
17 november 2016
Zaaknummer
13/730108-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a lid 3 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen beschikking voorlopige hechtenis wegens onvoldoende duidelijkheid over vormverzuim

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het bevel tot zijn voorlopige hechtenis bevestigde en het verzoek tot schorsing van die hechtenis afwees.

Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Het hof constateert geen strijd met jurisprudentie omtrent de aanhouding en doorzoeking van de auto van verdachte. Het aangekondigde beroep op onherstelbaar vormverzuim acht het hof niet op voorhand voldoende duidelijk om gehonoreerd te worden.

Verder weegt het hof het belang van verdachte bij vrijlating niet zwaarder dan de maatschappelijke veiligheid die de voorlopige hechtenis rechtvaardigt. Daarom wijst het hof het beroep af en bevestigt het de beslissing van de rechtbank.

De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof op 13 januari 2016 door drie raadsheren onder voorzitterschap van M.J.G.B. Heutink.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep tegen de beschikking tot voorlopige hechtenis af en bevestigt de gevangenhouding van verdachte.

Uitspraak

13-730108-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring PI Nieuwegein, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein,
tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 21 december 2015, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 23 december 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. [naam], advocaat te Amsterdam.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Het hof constateert in de gang van zaken rond de aanhouding van de verdachter en de doorzoeking van diens auto niet op voorhand strijd met de gangbare jurisprudentie, noch met de door de raadsvrouw aangehaalde of enige andere jurisprudentie van het hof Amsterdam in het bijzonder (zie ECLI:NL:GAMS:2015:5306). Het hof is van oordeel dat niet op voorhand voldoende duidelijk is dat het door de raadsvrouw aangekondigde beroep op een onherstelbaar vormverzuim gehonoreerd zal worden. Onder die omstandigheden acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig en doet zich een omstandigheid zoals bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv zich thans niet voor.
Met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming.
13-730108-15

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven op 13 januari 2016 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. J.L Bruinsma en H.F. van Kregten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 13 januari 2016,
de advocaat-generaal