ECLI:NL:GHAMS:2016:4638
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Overeenkomst ten onrechte tussentijds opgezegd en gedeeltelijke toewijzing vorderingen
In deze zaak stond centraal of TUI Nederland de agentuurovereenkomst met Mayia Travel terecht tussentijds had opgezegd. Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat TUI onrechtmatig had gehandeld door de overeenkomst voortijdig te beëindigen, waardoor zij tekortgeschoten was in haar verplichtingen jegens Mayia Travel.
De discussie spitste zich toe op de omvang van de door Mayia Travel geleden schade. Mayia stelde aanspraak te maken op een hogere schadevergoeding gebaseerd op een accountantsrapport, maar TUI betwistte deze berekening gemotiveerd, onder meer door de reizigersaantallen te betwisten en een eigen berekening te presenteren. Het hof oordeelde dat Mayia Travel onvoldoende concreet bewijs had geleverd om haar schadeberekening aannemelijk te maken, waardoor de grieven op dit punt faalden.
Daarnaast werd vastgesteld dat de vordering met betrekking tot gemiste inkomsten uit excursies was verjaard en daarom buiten beschouwing bleef. Wel werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, behalve voor de afwijzing van de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, die het hof alsnog toewijst. Mayia Travel werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt TUI tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten aan Mayia Travel.