ECLI:NL:GHAMS:2016:4759
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis wegens zwaarwegende persoonlijke belangen van verdachte
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin het bevel tot gevangenhouding van de verdachte was bevestigd. De verdachte, die in voorlopige hechtenis zat, verzocht mondeling om schorsing van die hechtenis.
Het hof oordeelde dat hoewel de voorlopige hechtenis is gebaseerd op de geschokte rechtsorde, er uitzonderlijke en zwaarwegende persoonlijke belangen zijn die schorsing rechtvaardigen. Deze belangen betreffen met name de zorg voor haar zoontje van zes maanden, die op dat moment niet door anderen kon worden overgenomen.
De voorlopige hechtenis werd geschorst vanaf 17 maart 2016 tot aan de inhoudelijke behandeling van de zaak, zodat de verdachte haar huisvesting kan regelen en opvang voor haar kind kan waarborgen indien een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. De schorsing is verbonden aan diverse voorwaarden, waaronder het niet plegen van strafbare feiten en medewerking aan reclassering en identificatie.
De beschikking werd gegeven door de raadkamer van het hof, bestaande uit drie raadsheren, en is op 16 maart 2016 uitgesproken. De advocaat-generaal bracht de beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van de verdachte wordt geschorst onder voorwaarden tot aan de inhoudelijke behandeling van de zaak.