ECLI:NL:GHAMS:2016:4823
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- M.J.G.B. Heutink
- J.L. Bruinsma
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis wegens recidive ondanks proeftijd
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 april 2016 uitspraak gedaan in het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 april 2016, waarin het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen.
Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en de gronden van de rechtbank onderschreven. Gezien het matchende DNA-profiel acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor de feiten waarvoor verdachte in voorlopige hechtenis is gesteld. Er is geen situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid Sv, die aanleiding geeft tot beperking van de gevangenhouding.
Daarnaast is uit de justitiële documentatie gebleken dat verdachte ondanks het lopen van meerdere proeftijden is gerecidiveerd. Het hof is van oordeel dat het stellen van voorwaarden de verdachte kennelijk niet kan weerhouden van recidive. Ook acht de reclassering nader onderzoek noodzakelijk voor een plan van aanpak. Daarom wordt het schorsingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.