ECLI:NL:GHAMS:2016:4897
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- F.A. Hartsuiker
- J.L. Bruinsma
- J.H. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis wegens onherroepelijke gevangenisstraf in andere zaak
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 23 november 2016 in raadkamer een beschikking gegeven over het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. De verdachte zit momenteel vast in Detentiecentrum Schiphol en is onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden in een andere strafzaak.
De raadsman van de verdachte verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis voor de duur van de uitvoering van deze onherroepelijke straf. De advocaat-generaal concludeerde tot toewijzing van dit verzoek. Het hof overwoog dat het uitzitten van een opgelegde straf in beginsel een gunstigere vrijheidsbeneming is dan voorlopige hechtenis en daarom een grond kan zijn voor schorsing, mits er geen contra-indicaties zijn.
De schorsing geldt vanaf het moment dat de onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt uitgevoerd tot de vrijlating in die zaak, met de voorwaarde dat verdachte zich aan bepaalde gedragsregels houdt, zoals het niet ontvluchten van de hechtenis, verschijnen op oproepen, en medewerking aan identificatie. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en bekendgemaakt door de advocaat-generaal.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst zolang hij de onherroepelijke gevangenisstraf in een andere zaak uitzit, onder voorwaarden.