ECLI:NL:GHAMS:2016:490
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.E. Molenaar
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks eerdere afwijzing en beroep op hardheidsclausule
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van hun verzoeken tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Noord-Holland. Zij stelden dat de schulden te goeder trouw waren ontstaan en dat zij hun verplichtingen uit de regeling naar behoren zullen nakomen. De rechtbank had geoordeeld dat dit niet het geval was, mede vanwege openstaande boetes en belastingschulden.
Het hof heeft vastgesteld dat enkele schulden, waaronder boetes aan het CJIB en belastingschulden, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Desondanks is het hof van oordeel dat appellanten sinds 2011 actief werken aan het oplossen van hun financiële problemen en dat er sprake is van een stabiele situatie. De hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro wordt toegepast, waardoor toelating tot de schuldsaneringsregeling alsnog mogelijk is.
Het hof overweegt dat het staken van de behandelpraktijk van appellante sub 2 geen reden vormt om haar toegang tot de regeling te weigeren, mede omdat zij zich inspant een baan in loondienst te vinden. Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten, waarna de zaak wordt verwezen naar de rechtbank voor voortzetting.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst appellanten alsnog toe tot de wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van de hardheidsclausule.