Uitspraak
1.Inhoud van het verzoek
€ 90.560,00
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak waarin hij uiteindelijk is vrijgesproken. Het verzoek betrof een vergoeding voor 11 dagen verblijf op het politiebureau en 1132 dagen in een huis van bewaring, totaal €91.715,00.
Het hof heeft het verzoekschrift behandeld en daarbij de advocaat-generaal, verzoeker en diens advocaat gehoord. De advocaat voerde aan dat verzoeker medewerking aan het politieonderzoek had verleend en zich niet op zijn zwijgrecht had beroepen, en dat de voorlopige hechtenis onterecht was. De advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing.
Het hof overwoog dat de voorlopige hechtenis gerechtvaardigd was op basis van ernstige bezwaren en een redelijk vermoeden van schuld. Verzoeker had geen openheid van zaken gegeven, waardoor het onderzoek werd belemmerd. Ondanks de vrijspraak waren er geen gronden van billijkheid om schadevergoeding toe te kennen. Daarom wees het hof het verzoek af.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 maart 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens het ontbreken van gronden van billijkheid.