ECLI:NL:GHAMS:2016:5015

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 november 2016
Publicatiedatum
25 november 2016
Zaaknummer
23-004110-15
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid oproeping in hoger beroep wegens niet-uitreiking aan verdachte in vreemdelingenbewaring

In deze strafzaak was de verdachte ten tijde van de oproeping in hoger beroep gedetineerd in vreemdelingenbewaring in Detentiecentrum Zeist te Soesterberg. De oproeping, hoewel verzonden naar het detentiecentrum met een Poolse vertaling, is per abuis niet persoonlijk aan de verdachte uitgereikt. Volgens de wet moet een oproeping aan een verdachte die zijn vrijheid ontnomen is, persoonlijk worden betekend.

De advocaat-generaal vorderde daarom nietigheid van de oproeping. Het hof stelde vast dat de oproeping niet op de voorgeschreven wijze was betekend, aangezien de uitreiking niet persoonlijk aan de verdachte had plaatsgevonden. De verdachte was niet verschenen en zijn raadsman had laten weten dat het contact met de verdachte was verbroken en dat hij niet zou verschijnen.

Gezien deze omstandigheden verklaarde het hof de oproeping in hoger beroep nietig. Dit betekent dat het hoger beroep niet ontvankelijk is vanwege een procedurele tekortkoming in de oproeping, waardoor de zaak niet inhoudelijk is behandeld.

Uitkomst: De oproeping in hoger beroep is nietig verklaard vanwege niet-uitreiking aan de verdachte in vreemdelingenbewaring.

Uitspraak

parketnummer: 23-004110-15
datum uitspraak: 4 november 2016
niet verschenen
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 31 december 2009 in de strafzaak onder parketnummer
15-056072-09 tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van
4 november 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de oproeping in hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal gevorderd de oproeping in hoger beroep nietig te verklaren. Hij heeft daartoe gesteld dat de verdachte ten tijde van de beoogde uitreiking van de oproeping in vreemdelingenbewaring verbleef in Detentiecentrum Zeist te Soesterberg. De oproeping, met vertaling in de Poolse taal, is daar ook heen gezonden, maar per abuis niet aan de verdachte in persoon uitgereikt. De oproeping is derhalve nietig.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
In het dossier bevindt zich een brief namens de advocaat-generaal, gevoegd bij de oproeping van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep op 4 november 2016, inhoudende dat de oproeping op 14 oktober 2016 is gezonden aan het huis van bewaring te Grave met het verzoek deze aan de verdachte in persoon uit te reiken. Blijkens de bijgevoegde akte van uitreiking is dit niet gebeurd.
In het dossier bevindt zich voorts een akte van uitreiking inhoudende dat op 14 september 2016 de oproeping aan de griffier van de rechtbank Amsterdam is uitgereikt omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Een bij die oproeping gevoegde mededeling van het openbaar miniserie houdt in dat blijkens raadpleging van de strafrechtsketendatabank op 4 november 2016, de verdachte bij oproeping in hoger beroep gedetineerd was.
Blijkens mededeling van de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep is de oproeping per fax verstuurd naar het detentiecentrum in Soesterberg, waar de verdachte op dat moment in vreemdelingenbewaring verbleef, maar is die oproeping per abuis niet aan de verdachte uitgereikt.
Uitreiking van een oproeping aan een verdachte om op een nadere terechtzitting te verschijnen, geschiedt in persoon, indien aan de verdachte blijkens raadpleging van de strafrechtsketendatabank, waaronder ook valt de zogenoemde vreemdelingenbewaring, in Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
Nu de verdachte blijkens de mededeling van de advocaat-generaal ter terechtzitting ten tijde van de betekening van de oproeping in hoger beroep in vreemdelingenbewaring verbleef in Detentiecentrum Zeist te Soesterberg, en hem derhalve rechtens zijn vrijheid was ontnomen, had de betekening in persoon aan de verdachte behoren te worden uitgereikt.
De oproeping is daarom niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte betekend. Nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen en zijn raadsman mr. [naam] , bij brief van 2 oktober 2016 aan de voorzitter van het gerechtshof Amsterdam heeft laten weten dat het contact met de verdachte is verbroken en hij niet ter zitting zal verschijnen, dient de oproeping in hoger beroep nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. H.M.J. Quaedvlieg en J.W. Moors, in tegenwoordigheid van mr. F. Hardonk-Kruiswijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 november 2016.
De voorzitter en de oudste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.