In deze civiele zaak vordert Anderzorg betaling van achterstallige premies ziektekostenverzekering van appellant, die betalingen voor zichzelf en zijn echtgenote in één bedrag deed met verschillende betalingskenmerken. Anderzorg stelt dat door de betaalwijze van appellant bedragen verkeerd zijn toegerekend, waardoor een betalingsachterstand is ontstaan.
De kantonrechter heeft de vordering van Anderzorg deels toegewezen en de vorderingen van appellant afgewezen. Appellant voert in hoger beroep aan dat de dagvaarding nietig is en dat de betalingsachterstand niet bestaat vanwege onjuiste toerekening van betalingen.
Het hof oordeelt dat de dagvaarding niet nietig is en dat appellant onvoldoende inzicht heeft gegeven in de betalingen van zijn echtgenote, waardoor hij de betalingsachterstand niet heeft weersproken. De vordering van Anderzorg wordt daarom terecht toegewezen en de vorderingen van appellant afgewezen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.