ECLI:NL:GHAMS:2016:5195
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing wegens nietige oproeping en ontbreken verschijning verdachte in hoger beroep
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarbij de verdachte bij verstek was veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. Tijdens de eerste aanleg was de verdachte niet verschenen en was de dagvaarding niet persoonlijk betekend, maar aan een huisgenoot overhandigd. De oproeping voor de tweede zitting was niet rechtsgeldig, aangezien geen bewijs van uitreiking of andere kennisgeving aanwezig was.
Het hof constateerde dat de rechtbank de oproeping voor de zitting van 16 november 2015 nietig had moeten verklaren. Tevens was de dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep eveneens niet persoonlijk uitgereikt en was er geen aanwijzing dat de verdachte van de zitting op de hoogte was. Hierdoor was het niet verschijnen van de verdachte in hoger beroep eveneens niet geldig.
Op grond van artikel 422a van het Wetboek van Strafvordering oordeelde het hof dat het vonnis van de rechtbank vernietigd moest worden en dat de zaak terugverwezen moest worden naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling.