ECLI:NL:GHAMS:2016:5204
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beëindiging gezamenlijk gezag over kinderen afgewezen
Partijen zijn in 2003 gehuwd en hebben twee kinderen, geboren in 2007 en 2011. Na ontbinding van het huwelijk ontstond een geschil over het gezag en de zorgregeling. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
De kinderen stonden onder toezicht van de gezinsvoogd vanwege spanningen tussen de ouders en waren aangemeld voor traumabehandeling. De moeder vertrok in juni 2016 zonder overleg en vermoedelijk onder een valse naam met de kinderen naar Australië, wat leidde tot zorgen over het welzijn van de kinderen en aangifte van onttrekking aan het gezag.
Het hof oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat het eenhoofdig gezag bij de moeder noodzakelijk is in het belang van de kinderen. De moeder heeft door haar handelwijze het belang van de kinderen niet vooropgesteld en de hulpverlening aan de kinderen belemmerd. Het gezamenlijk gezag blijft daarom van kracht en het hoger beroep van de vader wordt gegrond verklaard door de beschikking te vernietigen en het verzoek van de moeder af te wijzen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking die het gezamenlijk gezag beëindigde en wijst het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag toe te kennen af.