ECLI:NL:GHAMS:2016:5262

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 december 2016
Publicatiedatum
9 december 2016
Zaaknummer
23-002052-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22c SrArt. 22d SrArt. 300 SrArt. 304 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mishandeling levensgezel met taakstraf en hechtenis

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van zijn levensgezel op 3 april 2016. Het hof vernietigde het eerdere vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam, waarbij het bewezen achtte dat verdachte meermalen op het gezicht van zijn levensgezel had geslagen en gestompt.

De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur met een vervangende hechtenis van 20 dagen. In hoger beroep bevestigde het hof de straf, mede gelet op de ernst van het feit, de eerdere soortgelijke veroordeling van verdachte en het reclasseringsrapport dat geen patroon van huiselijk geweld constateerde.

Het hof benadrukte dat het mishandelen plaatsvond in de woning van het slachtoffer, een plek waar zij zich veilig zou moeten voelen, en dat dit ernstig werd aangerekend. De relatie tussen partijen was inmiddels beëindigd en verdachte was bezig zijn leven te beteren, reden waarom het hof een taakstraf passend vond.

De opgelegde straf houdt in dat de taakstraf van 40 uur bij niet-naleving wordt vervangen door 20 dagen hechtenis. Voorarrest wordt in mindering gebracht volgens de wettelijke maatstaf. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 december 2016.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur taakstraf en 20 dagen hechtenis bij niet-naleving wegens mishandeling van zijn levensgezel.

Uitspraak

parketnummer: 23-002052-16
datum uitspraak: 9 december 2016
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-069757-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
25 november 2016, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 april 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft geslagen en/of gestompt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 3 april 2016 te Amsterdam, zijn levensgezel, [slachtoffer], heeft mishandeld door meermalen op het gezicht te slaan en te stompen;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg ten aanzien van het bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 40 uren, bij het niet naar behoren verrichten, vervangende hechtenis van 20 dagen.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 november 2016 is de verdachte eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk delict. Het hof heeft tevens acht geslagen op het reclasseringsrapport van 28 april 2016, opgemaakt door reclasseringswerker [naam] van RN, Adviesunit 2 Noord-West dat naar aanleiding van het onderhavige feit is opgemaakt. In het rapport wordt vermeld dat, gezien het feit dat het vorige delict lang geleden heeft plaatsgevonden, niet gesproken kan worden van een delict patroon betreffende het plegen van geweldsdelicten in huiselijke kring.
Ten aanzien van de ernst van het feit overweegt het hof dat de verdachte zijn toenmalige partner in haar woning heeft mishandeld. Door zo te handelen heeft hij haar lichamelijke integriteit geschonden en haar pijn en letsel bezorgd. Aldus is een voor haar angstaanjagende situatie geschapen op een plek waar zij zich juist bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Dit wordt de verdachte ernstig aangerekend. In aanmerking genomen dat de relatie tussen verdachte en de aangeefster inmiddels is beëindigd en verdachte bezig is zijn leven op de rails te krijgen, is het hof van oordeel dat een taakstraf van na te melden duur passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. M. Iedema en mr. R.M. Vennix, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool en mr. D. Zeiss, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 december 2016.
Mr. R.M. Vennix en mr. D. Zeiss zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[............]
.