Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van zijn levensgezel op 3 april 2016. Het hof vernietigde het eerdere vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam, waarbij het bewezen achtte dat verdachte meermalen op het gezicht van zijn levensgezel had geslagen en gestompt.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur met een vervangende hechtenis van 20 dagen. In hoger beroep bevestigde het hof de straf, mede gelet op de ernst van het feit, de eerdere soortgelijke veroordeling van verdachte en het reclasseringsrapport dat geen patroon van huiselijk geweld constateerde.
Het hof benadrukte dat het mishandelen plaatsvond in de woning van het slachtoffer, een plek waar zij zich veilig zou moeten voelen, en dat dit ernstig werd aangerekend. De relatie tussen partijen was inmiddels beëindigd en verdachte was bezig zijn leven te beteren, reden waarom het hof een taakstraf passend vond.
De opgelegde straf houdt in dat de taakstraf van 40 uur bij niet-naleving wordt vervangen door 20 dagen hechtenis. Voorarrest wordt in mindering gebracht volgens de wettelijke maatstaf. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 december 2016.