ECLI:NL:GHAMS:2016:5276

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 november 2016
Publicatiedatum
12 december 2016
Zaaknummer
23-004380-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 327 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs hulp bij zelfbevrijding uit penitentiaire inrichting

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk behulpzaam zijn bij de zelfbevrijding van gedetineerden uit een penitentiaire inrichting.

De tenlastelegging betrof het op of omstreeks 23 september 2013 in Amsterdam helpen van twee gedetineerden bij hun ontsnapping, onder meer door hen op te wachten bij het hek en hen met een auto weg te rijden. De verdachte ontkende kennis te hebben gehad van de ontsnapping en stelde dat hij hen volgens afspraak in de buurt van het JOC had opgehaald.

Hoewel het dossier en de zitting vraagtekens bij het handelen van verdachte opriepen, vond het hof de bewijsmiddelen onvoldoende om het vereiste opzet vast te stellen. Daarnaast werd het eerdere vonnis vernietigd wegens niet-conforme vaststelling van het proces-verbaal. Het hof sprak de verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijke hulp bij zelfbevrijding.

Uitspraak

Parketnummer: 23-004380-15
Datum uitspraak: 2 november 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2015 in de strafzaak onder parketnummer
13/689866-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 oktober 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 september 2013, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], die op openbaar gezag en/of krachtens rechterlijke uitspraak en/of beschikking van de vrijheid was/waren beroofd, heeft bevrijd en/of bij zijn/hun zelfbevrijding behulpzaam is geweest door opzettelijk voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] bij/langs het hek/afrastering van huis van bewaring en/of penitentiaire Jeugdinrichting Amsterbaken (waar voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] gedetineerd zat(en)) en/of op of langs de openbare weg (Transformatorweg 6) op te wachten en/of (vervolgens) met voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in een (personen)auto (voorzien van kenteken: [kenteken]) weg te rijden, in elk geval door aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] een (personen)auto te verschaffen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het proces-verbaal niet conform artikel 327 van Pro het Wetboek van Strafvordering is vastgesteld en ondertekend.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan dat de verdachte met zijn gedraging (al dan niet in voorwaardelijke zin) opzettelijk behulpzaam was bij een zelfbevrijding. De verdachte heeft ontkend dat hij wist dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waren ontsnapt, kort voordat hij hen volgens afspraak in de buurt van het JOC afhaalde. Hoewel op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vraagtekens kunnen worden geplaatst bij het handelen van de verdachte, zijn de bewijsmiddelen voor een andersluidend oordeel onvoldoende toereikend. Het hof is derhalve van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het vereiste opzet te komen, zodat de verdachte vrijgesproken dient te worden van hetgeen hem ten laste is gelegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. P. Greve en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 november 2016.
=========================================================================
[.]