ECLI:NL:GHAMS:2016:5436
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- A.R. Sturhoofd
- J. Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en verdeling gemeenschappelijk vermogen na echtscheiding
Partijen zijn in 2002 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Het huwelijk is in 2015 ontbonden. De zaak betreft de verdeling van vermogen en verrekening van investeringen in de woning, perceel grond, auto en andere vermogensbestanddelen.
De man stelde dat investeringen in de woning grotendeels uit erfenissen en schenking waren betaald, terwijl de vrouw stelde dat de gezamenlijke inkomens en gezamenlijke rekening werden gebruikt. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat de erfenissen en schenking aan de woning waren besteed, en stelde het totale investeringsbedrag vast op €95.736,61, waaruit een vergoedingsvordering van €22.868,30 aan de vrouw volgde.
Verder werd geoordeeld dat het perceel grond niet als bestanddeel van de woning geldt, zodat het in gemeenschap blijft en aan de man wordt toegedeeld met een vergoeding aan de vrouw van €5.164,10. De waarde van de auto werd deels toegerekend aan privévermogen van de man, waardoor de vrouw aan hem €11.265,- moet betalen. De rechtbankbeschikking werd deels vernietigd en in hoger beroep aangepast, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de man tot betaling van €22.868,30 aan de vrouw voor investeringen in de woning, de vrouw tot betaling van €11.265,- aan de man voor de auto, en wijst de overige grieven af.