ECLI:NL:GHAMS:2016:5585
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietige dagvaarding wegens niet betekening op feitelijke verblijfplaats verdachte
In deze strafzaak is het hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, had tijdens een verhoor aangegeven vaak te verblijven bij zijn ex-partner aan een adres in Amsterdam. Volgens het hof moest dit adres worden beschouwd als zijn feitelijke verblijfplaats. De dagvaarding in hoger beroep was echter niet op dit adres betekend, maar aan de griffier van de rechtbank, omdat geen vaste verblijfplaats bekend was.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering de dagvaarding op de feitelijke verblijfplaats had moeten worden betekend. Omdat dit niet was gebeurd en de verdachte niet was verschenen noch op de hoogte was van de zitting, verklaarde het hof de dagvaarding nietig.
De beslissing werd genomen tijdens de openbare terechtzitting van 22 september 2016. Een van de rechters was verhinderd het arrest mede te ondertekenen. De nietigheid van de dagvaarding betekent dat het hoger beroep niet ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet betekening op de feitelijke verblijfplaats van de verdachte.