In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter wegens winkeldiefstal heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigd, behalve de strafoplegging die het vernietigde en matigde tot een gevangenisstraf van twee weken. De verdachte werd op 3 maart 2016 aangehouden en in verzekering gesteld. Tijdens de inverzekeringstelling werd geen onderzoekshandeling verricht, wat door de raadsman als onrechtmatig werd bestempeld.
De rechter-commissaris oordeelde echter dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig was en wees het verzoek tot invrijheidstelling af. Het hof overwoog dat artikel 359a Sv niet van toepassing is op verzuimen bij bevelen tot vrijheidsbeneming die aan de rechter-commissaris kunnen worden voorgelegd. Het hof kon het verzuim daarom niet sanctioneren met strafmatiging, maar hield wel rekening met de duur van de inverzekeringstelling bij de strafoplegging.
De verdachte had meerdere eerdere veroordelingen voor soortgelijke vermogensdelicten en toonde geen respect voor het eigendomsrecht. Zijn persoonlijke omstandigheden en ernstige ziektes werden in strafverminderende zin meegewogen. Het hof achtte een gevangenisstraf van twee weken passend, met aftrek van het voorarrest, en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.