ECLI:NL:GHAMS:2016:5616

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 september 2016
Publicatiedatum
28 december 2016
Zaaknummer
96-179322-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding Wegenverkeerswet zonder tolkbijstand verworpen

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal, nadat de verdachte zonder tolk werd verhoord door de politie. De raadsman stelde dat de verdachte de Nederlandse taal onvoldoende machtig was, waardoor zijn rechten waren geschonden en het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het hof verwierp dit verweer, omdat de politie had genoteerd dat de verdachte de taal sprak en begreep en de verdachte zelf ter zitting met tolk aanwees dat hij niet wilde meewerken vanwege de onvriendelijkheid van de politie.

Het bewezen verklaarde betrof een overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 3 september 2015 te Amsterdam. Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg en deed opnieuw recht door de verdachte te veroordelen tot een geldboete van €1.000, 20 dagen hechtenis die bij gebreke van betaling in tien termijnen van €100 kan worden voldaan, en een rijontzegging van negen maanden.

Daarnaast werd de verdachte voor twee jaren ontzegd de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, waarbij de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen een proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. De reeds ingevorderde of ingehouden tijd van het rijbewijs wordt in mindering gebracht op de duur van de bijkomende straf.

Het arrest werd gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in aanwezigheid van griffier S. Pesch.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot geldboete, hechtenis en rijontzegging; verweer tot niet-ontvankelijkheid verworpen.

Uitspraak

parketnummer eerste aanleg : 96-179322-15
datum vonnis : 24 november 2015
parketnummer hoger beroep : 23-004763-15
datum arrest : 20 september 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 20 september 2016 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op 29 juli 1979 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu het contact van de politie met de verdachte heeft plaatsgevonden zonder bijstand van een tolk terwijl de verdachte de Nederlandse taal onvoldoende machtig is om te begrijpen wat er van hem wordt verwacht en daardoor de rechten van de verdachte zijn geschonden.
Het hof verwerpt dit verweer. Niet alleen heeft de politie geverbaliseerd dat de verdachte de Nederlandse taal sprak en begreep en genoteerd dat de verdachte verklaarde dat hij niets met verbalisant te maken wilde hebben, maar ook heeft de verdachte ter terechtzitting van het hof met bijstand van een tolk verklaard dat hij niet wilde meewerken omdat de politie onvriendelijk was en tegen hem schreeuwde. Het hof concludeert daaruit dat de verdachte wel degelijk wist wat er van hem werd verwacht en dat de rechten van de verdachte niet zijn geschonden.

Kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
gepleegd
op 3 september 2015 te Amsterdam.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
10 (tien) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
9 (negen) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in bijzijn van S. Pesch, griffier.
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen