De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van meerdere goederen uit een winkelpand te Aalsmeer. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis vanwege een andere bewezenverklaring.
Het hof acht alleen bewezen dat de verdachte een pakje boter met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen. Andere tenlastegelegde goederen zijn niet bewezen verklaard, mede vanwege onduidelijkheid over de herkomst van de goederen die in tassen bij de klantenservice werden aangetroffen.
De verdachte had de goederen bij de kassa afgerekend, maar een medewerker zag dat hij een product in zijn jaszak stopte. Het hof acht het aannemelijk dat het pakje boter bewust werd weggenomen. De strafbaarheid van de diefstal is vastgesteld en de verdachte is strafbaar. Gezien eerdere veroordelingen en de ernst van het feit legt het hof een gevangenisstraf van één week op, met aftrek van voorarrest.