ECLI:NL:GHAMS:2016:5663

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 september 2016
Publicatiedatum
29 december 2016
Zaaknummer
23-000259-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 63 SrArt. 321 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep verduistering gehuurde DJ-set en bewijsidentificatie

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter wegens verduistering van een gehuurde DJ-set heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte werd ervan beschuldigd de DJ-set die hij gehuurd had, wederrechtelijk te hebben toegeëigend in de periode van 4 tot en met 17 juni 2014.

De advocaat-generaal stelde dat wettig en overtuigend bewezen was dat de verdachte de verduistering had gepleegd, onder meer op basis van de aangifte en de herkenning van de verdachte op een paspoortfoto. De raadsman voerde aan dat sprake was van identiteitsfraude en dat de handtekening op het huurcontract vervalst was, alsmede dat het paspoort van de verdachte gestolen was en het e-mailadres gehackt kon zijn.

Het hof verwierp deze verweren. Het stelde vast dat de aangever de huurder had herkend aan de hand van de pasfoto en uiterlijke kenmerken, en dat variaties in handtekeningen niet onomstotelijk wijzen op vervalsing. Ook waren de stellingen over geweigerde aangifte en gehackt e-mailadres onvoldoende onderbouwd. Het hof achtte het bewezen dat de verdachte de DJ-set heeft verduisterd.

De straf werd vastgesteld op een geldboete van €360,- of 7 dagen hechtenis bij niet-betaling, conform eerdere beslissingen en de draagkracht van de verdachte. Het hof verklaarde het bewezen verklaarde strafbaar en veroordeelde de verdachte dienovereenkomstig.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €360,- of 7 dagen hechtenis wegens verduistering van een gehuurde DJ-set.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000259-16
Datum uitspraak: 7 september 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-176282-14 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedag] 1995,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier te Vught.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van
24 augustus 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 4 juni 2014 tot en met 17 juni 2014 te Amsterdam opzettelijk een DJ set, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten huur, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverwegingen

Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de DJ set verduisterd heeft. Daarbij wijst zij op de aangifte, waarin weliswaar niet expliciet vermeld staat dat de aangever de man op de foto op de kopie van het paspoort heeft herkend als de verdachte, maar waaruit dit wel volgt, gelet op de passage: “[verdachte] kan ik als volgt omschrijven (…) zwart haar, korter dan op de foto van zijn paspoort.”
Voorts wijst de advocaat-generaal erop dat geen aangifte is gedaan van diefstal van het paspoort van de verdachte, noch van misbruik van zijn e-mailadres.
Standpunt raadsman
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte het slachtoffer is van identiteitsfraude en dat hij dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat niet de verdachte, maar een ander persoon de DJ set van de aangever heeft gehuurd en vervolgens heeft verduisterd. Uit de aangifte volgt niet dat de aangever de foto op het paspoort van de verdachte heeft vergeleken met de uiterlijke verschijning van de huurder. Er heeft derhalve geen identificatie plaatsgevonden. Bovendien is de handtekening van de verdachte op de huurovereenkomst kennelijk vervalst en komt deze handtekening niet overeen met de handtekening van de verdachte op zijn paspoort.
Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat het paspoort van de verdachte gestolen is en dat de verdachte geprobeerd heeft hier aangifte van te doen. De politie heeft echter geweigerd om deze aangifte op te nemen en de verdachte naar het gemeentehuis gestuurd om een nieuw paspoort aan te vragen. Dat het emailverkeer tussen de aangever en de huurder via het emailadres van de verdachte verliep, levert geen overtuigend bewijs op, omdat het emailadres van de verdachte gehackt kan zijn.
Overwegingen van het hof
Het hof verwerpt het verweer. Uit de aangifte volgt dat de aangever de foto op het paspoort van de huurder van de DJ set heeft vergeleken met het uiterlijk van de man die de DJ set kwam halen en dat het uiterlijk overeenkwam; alleen het haar van de verdachte was nu korter. De verbalisant [verbalisant] heeft de foto op de bij de aangifte gevoegde kopie van het paspoort bekeken en daarop de verdachte herkend (dossierpagina 21). Ten aanzien van de afwijkingen in de handtekening van de verdachte op zijn paspoort en de handtekeningen op het huurcontact, merkt het hof op dat de handtekening van de verdachte op de verschillende bladzijden van zijn verklaring in het politiedossier ook variatie vertoont. Handtekeningen van dezelfde persoon op verschillende tijdstippen kunnen variëren. Uit de enkele omstandigheid dat de handtekening op het huurcontract iets afwijkt van de handtekening op het paspoort van de verdachte, kan dan ook niet afgeleid worden dat de handtekening op het huurcontract is vervalst.
De stellingen dat de politie heeft geweigerd een aangifte van de verdachte op te nemen en dat zijn emailadres gehackt is, zijn onvoldoende onderbouwd. De gemeente pleegt bij de afgifte van een vervangend paspoort wegens diefstal van het origineel een aangifte te verlangen. De emailwisseling met de aangever, die door de hacker op het emailadres van de verdachte zo zijn gevoerd, zou de verdachte moeilijk kunnen zijn ontgaan.
De conclusie moet zijn dat de verdachte daadwerkelijk de persoon is geweest die de DJ set heeft verduisterd.
Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 4 juni 2014 tot en met 17 juni 2014 te Amsterdam opzettelijk een DJ set, toebehorende aan [slachtoffer] en/of [bedrijf], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten door huur, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 360,00 euro subsidiair 7 dagen hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 800,00 euro subsidiair 16 dagen hechtenis.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een door hem gehuurde DJ set verduisterd. Door aldus te handelen heeft de verdachte zijn positie als huurder misbruikt en zodoende het vertrouwen dat de eigenaar van de DJ set in hem had gesteld geschaad. Daarnaast is dit een misdrijf dat overlast en financiële schade toebrengt aan het slachtoffer.
Gelet op de transactie die door het Openbaar Ministerie is aangeboden, de eis van de officier van justitie in eerste aanleg en de veroordeling door de politierechter (waartegen het OM niet heeft geappelleerd), die alle neerkomen op een (boete)bedrag ter hoogte van € 360,-, bestaat onvoldoende grond voor een aanzienlijk hogere boete als door de advocaat-generaal geëist. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van € 360,- passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 360,00 (driehonderdzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
7 (zeven) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. E. de Greeve en mr. A.M. Kengen, in tegenwoordigheid van A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 september 2016.
De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.