In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam is verdachte veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval onder invloed van alcohol, waarbij een fietser zwaar lichamelijk letsel opliep. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met uitzondering van de straf die werd verminderd tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 jaar.
De feiten betreffen het rijden onder invloed van alcohol met een bedrijfsauto, waarbij de verdachte een fietser op een fietsstrook van achteren aanreed. Het slachtoffer liep een gebroken rugwervel en een hersenschudding op en ondervindt nog steeds hinder van het ongeval. Verdachte reed door na het ongeval en werd slapend achter het stuur aangetroffen.
Het hof heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn eerdere veroordelingen in België voor verkeersdelicten, zijn bekentenis, spijtbetuiging en het volgen van een verkeerscursus. Gezien de ernst van het feit acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid passend.
De straf is verminderd ten opzichte van het vonnis van de rechtbank, mede gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Het hof bevestigt verder het vonnis voor het overige en wijst de opgelegde ontzeggingen van de rijbevoegdheid voor de overige feiten toe.