Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De nadere feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, de verdeling van zorg- en opvoedingstaken van minderjarige kinderen en de financiële bijdragen van de man centraal.
Het hof vernietigt het deel van de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 21 januari 2015 dat betrekking heeft op de zorg- en opvoedingstaken van [kind d], de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen en de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw. De zorgregeling wordt aangepast waarbij [kind d] bij de man verblijft volgens een gedetailleerd rooster met mogelijkheden tot uitbreiding in overleg.
De man wordt verplicht een bijdrage van €236 per maand per minderjarig kind te betalen, ingaande 1 augustus 2015, en een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw van €215 per maand vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De overige onderdelen van de beschikking worden bekrachtigd. De man heeft geen aanspraak op rentevergoeding uit de schuldbekentenis, en de door hem aangevoerde bezwaren tegen de verdeling van effectenvermogen en hypotheek worden afgewezen.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het hof wijst alle overige vorderingen af.
Uitkomst: Het hof vernietigt deels de beschikking en stelt een aangepaste zorgregeling, kinderbijdragen en uitkering tot levensonderhoud vast, en bekrachtigt de rest.