ECLI:NL:GHAMS:2016:572
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt deels ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die hun drie minderjarige kinderen onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor de duur van twaalf maanden. De Raad voor de Kinderbescherming had geconcludeerd dat sprake was van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen, met name vanwege schoolverzuim, gedragsproblemen en onvoldoende medewerking van de ouders.
Het hof heeft per kind afzonderlijk beoordeeld of de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Voor [kind e] is vastgesteld dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door cognitieve achterstand, gedragsproblemen en het uitblijven van noodzakelijke begeleiding zoals logopedie, mede door het ontbreken van samenwerking van de ouders met school en hulpverlening. Voor [kind d] is onvoldoende aannemelijk geworden dat zij ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd; het hof vernietigt daarom de ondertoezichtstelling voor haar. Voor [kind c] was er ten tijde van de beschikking sprake van schoolverzuim en gedragsproblemen, maar het hof acht het niet aannemelijk dat deze situatie nog voortduurt en vernietigt de ondertoezichtstelling voor de periode vanaf heden.
Het hof bekrachtigt de beschikking voor zover deze betrekking heeft op [kind e] en voor de periode tot heden voor [kind c]. Het verzoek van de ouders om de Raad te veroordelen in de kosten van het hoger beroep wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan op 16 februari 2016 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling voor twee kinderen en bekrachtigt deze voor één kind wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.