Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake woninginbraak gepleegd op 26 augustus 2015 te Haarlem. De verdachte werd beschuldigd van het samen met een mededader inbreken in een woning en het wegnemen van een aanzienlijke hoeveelheid geld en diverse goederen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en kwam tot een andere bewezenverklaring, waarbij het bewezen achtte dat de verdachte samen met een ander de woning betrad door braak en diverse goederen, waaronder een geldbedrag van 35.350 euro, horloges, sieraden en pennen, heeft weggenomen. De verdachte werd strafbaar verklaard voor diefstal door twee of meer verenigde personen met braak.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van woninginbraken en de recidive van de verdachte. Tegelijkertijd werd een positieve gedragsontwikkeling erkend, waaronder het naleven van voorwaarden bij reclassering, het volgen van behandeling en het verkrijgen van stabiele huisvesting. Daarom legde het hof een gevangenisstraf van negen maanden op, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden.
De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd afgewezen vanwege de positieve gedragsverandering. Het hof gaf Reclassering Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de straf.