ECLI:NL:GHAMS:2016:740
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.A. van den Berg
- C.G. Kleene-Eijk
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verhuizing kinderen na echtscheiding geweigerd
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen de weigering van vervangende toestemming om met haar kinderen naar een andere gemeente te verhuizen. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over de kinderen, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de vrouw is vastgesteld. De vrouw wil verhuizen vanwege haar werk en woonomstandigheden, terwijl de man bezwaar maakt vanwege het belang van de kinderen bij stabiliteit en nabijheid.
De vrouw voert aan dat zij een baan heeft in de nieuwe gemeente en dat er onvoldoende betaalbare woningen zijn in haar huidige regio. De man betwist dit en wijst op het belang van de kinderen om in hun vertrouwde omgeving te blijven, gezien hun sociale contacten en de kwetsbaarheid van een van de kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert terughoudendheid bij verhuizing na echtscheiding.
Het hof weegt het belang van de vrouw af tegen het belang van de kinderen en de man. Het oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft aangetoond dat verhuizing noodzakelijk is en dat de nadelige gevolgen voor de kinderen zwaarder wegen. De omgangsregeling zou door de verhuizing aanzienlijk worden beperkt. Daarom wordt het verzoek afgewezen en de eerdere beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof weigert de vervangende toestemming voor verhuizing en bekrachtigt de eerdere beschikking.