ECLI:NL:GHAMS:2016:857
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.R. Harinxma thoe Slooten
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- G.J. Visser
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake geldlening en aandeelhouderschap binnenvaartschip
In deze civiele zaak stond de geldleningsovereenkomst tussen appellant en CFNR centraal, waarbij het ging om de financiering van de aankoop van een binnenvaartschip door vennootschap Zermatt. Appellant, bestuurder van Zermatt, had zich mede-schuldenaar gesteld. De echtgenote van appellant had vernietiging van de overeenkomst ingeroepen op grond van artikel 1:88/89 BW.
Het hof oordeelde dat de lening binnen de normale bedrijfsuitoefening van Zermatt viel en dat appellant, ondanks onduidelijkheid over zijn aandeelhouderschap, indirect meer dan 50% van de aandelen hield. Appellant voldeed niet aan zijn verzwaarde motiveringsplicht om dit te bewijzen. Hierdoor kon de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW Pro worden toegepast, waardoor de toestemming van de echtgenote niet vereist was.
De vernietiging van de overeenkomst werd daarom verworpen en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt de geldigheid van de leningsovereenkomst en de aandeelhouderspositie van appellant ten tijde van de overeenkomst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat appellant gebonden is aan de leningsovereenkomst en meerderheidsaandeelhouder was.